• achtergrond

Bijzonder en omstreden: het vertalen van Gods woorden

Het vertalen van de Bijbel is een bijzonder, ingewikkeld maar tegelijkertijd ook omstreden proces. De boeken van de Bijbel vormen het fundament van het christelijk geloof. Maar als de deze boeken niet goed vertaald worden, hoe kunnen wij Gods boodschap dan verstaan?

Ruben Hadders

De oorspronkelijke geschriften van de Bijbel bestaan waarschijnlijk niet meer. Maar er zijn wel enkele duizenden ‘kopieën’ van deze teksten bewaard gebleven. Dat is uniek, want van geen enkel ander boek zijn er zoveel verschillende manuscripten (lett. handschriften) en vertalingen bewaard gebleven: zo’n 5.300 van het Nieuwe Testament (N.T.) en 14.000 van het Oude Testament (O.T.).

In dit artikel willen wij ons beperken tot de nieuwtestamentische handschriften. Deze zijn verdeeld in vier tekstsoorten, waarvan de Byzantijnse tekstsoort de grootste is. Deze beslaat 95% van alle handschriften en vormt de basis van de Textus Receptus (lett. ‘aanvaarde tekst’), de gereconstrueerde versie van het Nieuwe Testament, die begin 16e eeuw werd samengesteld door de Nederlandse monnik Erasmus. De overige handschriften behoren tot de Alexandrijnse, Caesareaanse of Westerse tekstsoort. Op basis van enkele Alexandrijnse handschriften schreef Hiëronymus de Vulgata, een Latijnse volksvertaling van de Bijbel die eeuwenlang gebruikt werd door de Rooms-Katholieke kerk. Deze werd echter verworpen door Erasmus. Veel gedeelten waren volgens hem slecht vertaald.

Statenvertaling

In 1637 verscheen de eerste officiële nederlandse bijbelvertaling: de Statenvertaling. De vertalers kregen de opdracht zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke Hebreeuws-Griekse grondtekst te blijven. Voor het Nieuwe Testament maakten zij dankbaar gebruik van de Textus Receptus omdat deze het meest betrouwbaar werd geacht: de meer dan vijfduizend byzantijnse handschriften waren bijna volledig identiek aan elkaar! Voor het Oude Testament werd gebruik gemaakt van de masoretische teksten.

Brontaalgericht

Bijbelvertalingen kunnen worden ingedeeld in twee categorieën: brontaalgericht en doeltaalgericht. De Statenvertaling behoort tot de eerste categorie. Want, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, werd deze niet geschreven in de alledaagse taal van die tijd. De Synode van Dordrecht had de vertalers de opdracht gegeven de Bijbel zo letterlijk mogelijk te vertalen, zodat de oorspronkelijke Hebreeuws-Griekse grondtekst zou weerklinken. De gelovigen hadden eeuwenlang geen toegang tot de Bijbelse geschriften en waren toe aan een betrouwbare vertaling, in navolging van de Engelse King James Version uit 1611. Dit was mogelijk geworden door de uitvinding van de boekdrukkunst en het voorbereidende (vertaal)werk van grote predikers en hervormers als John Wycliffe, Maarten Luther en William Tyndale. De Bijbel was volgens hen geschreven voor het volk en niet exclusief voor de geestelijken. Zij maakten elk hun eigen vertaling van het Nieuwe Testament en verspreidden deze onder het volk. Door de Rooms-Katholieke kerk werden zij gezien als ketters, maar hun werk kon niet meer ongedaan gemaakt worden.

Hoe ouder, hoe beter?

Begin vorige eeuw werd de roep om een nieuwe bijbelvertaling steeds luider. De taal veranderde in snel tempo door de invloed van allerlei technologische, wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Bovendien waren er nieuwe handschriften gevonden, waarvan de Codex Sinaïticus en de Codex Vaticanus de voornaamste zijn. Beide codices (lett. ‘handgeschreven boeken’) behoren tot de Alexandrijnse tekstsoort en zijn ouder dan de Byzantijnse handschriften. Maar ouder hoeft natuurlijk niet altijd beter betekenen, al beweren de meeste tekstcritici van wel. Volgens hen komen deze oude handschriften het meest overeen met de oorspronkelijke teksten, omdat er simpelweg minder tijd en gelegenheid is geweest tot het maken van fouten. Een begrijp argument, maar daarbij wordt uitgegaan van fouten die onbewust zijn ontstaan. Teksten kunnen ook bewust zijn veranderd, bijvoorbeeld door interpretaties en invloeden van buitenaf.

Beide codices verschillen niet alleen heel veel van elkaar, maar ook van alle andere handschriften en zijn daarom volgens sommige onderzoekers volstrekt onbetrouwbaar. Toch vormen zij de belangrijkste bronteksten voor de nieuwe, Griekse versie van het Nieuwe Testament van de professoren Westcott en Hort die eind 19e eeuw werd gepubliceerd. Niet veel later verscheen de Nestle-Aland editie van het Nieuwe Testament, dat eigenlijk niet veel meer was dan een herziening en verbetering van de tekst van Westcott en Hort.

Antiochië vs. Alexandrië

Waarom is het belangrijk dit te weten? De Alexandrijnse tekstsoort, die gebruikt is voor de moderne vertalingen, is ontstaan in Egypte, het land dat in de Bijbel symbool staat voor de goddeloze wereld. Het was het werk van heidense filosofen en hun invloed is dan ook te herkennen in de verschillende handschriften. Eerder zagen wij al dat de Latijnse Vulgata is gebaseerd op deze tekstsoort. In de Bijbel lezen wij echter dat het Evangelie werd verspreid vanuit Antiochië, het centrum van het Christendom in die tijd, dat onderdeel uitmaakte van het Byzantijnse rijk. Hoewel de Byzantijnse handschriften minder oud zijn dan de Alexandrijnse, zijn deze wel betrouwbaarder omdat ze niet vermengd lijken te zijn met het filosofische gedachtegoed van bijvoorbeeld Philo en Plato. Bovendien zijn de Byzantijnse handschriften bijna identiek aan elkaar, het percentage verschillen bedraagt slechts 0,1 procent! De Textus Receptus van Erasmus is waarschijnlijk dus de beste weergave van de oorspronkelijke tekst.

In navolging van Westcott en Hort begonnen tekstcritici een kruistocht tegen de Byzantijnse handschriften en de daarop gebaseerde Textus Receptus in het bijzonder. Het werk van Westcott en Hort werd tot de nieuwe standaard verheven. Toen het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) in 1916 de opdracht gaf tot het maken van een nieuwe vertaling, kozen de vertalers dan ook voor Nestle-Aland-editie van het Nieuwe Testament, die zoals we eerder hebben gezien, gebaseerd is op het werk van Westcott en Hort. De nieuwe vertaling verscheen in 1951 en werd al snel de standaardvertaling, tegenwoordig bekend als de NBG’51 vertaling. Ook latere vertalingen, waaronder de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), zijn gebaseerd op de teksten van Nestle-Aland. De Textus Receptus wordt in principe niet meer gebruikt bij nieuwe vertalingen van Gods Woord.

Doeltaalgericht

De NBG’51-vertaling bracht de eerste grote verandering op vertaalgebied: er was gekozen voor een andere brontekst. Maar veel begrijpelijker was deze vertaling niet. Bij het verschijnen in 1951 bleek de gebruikte taal alweer verouderd te zijn, omdat de vertaling al vóór de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam. Bovendien waren veel oude woorden en termen gehandhaafd om zo tegemoet te komen aan de orthodoxe vleugel van het nederlands protestantisme.

De roep om een begrijpelijke vertaling werd alleen nog maar groter. In 1982 verscheen de Groot Nieuws-Bijbel van het Nederlands Bijbelgenootschap. Dit is een vertaling in de omgangstaal, die in eerste instantie geschreven is voor niet-christelijke lezers. In 1988 verscheen Het Boek. Dit is echter geen vertaling, maar een parafrase van de Bijbel. Het Boek geeft vooral de gedachte van een bepaalde tekst weer en wordt dan ook wel eens ‘een kinderbijbel voor volwassenen’ genoemd. Toch werd deze Bijbel in korte tijd bijzonder populair. Al snel verscheen er ook een parallelbijbel met de Statenvertaling én Het Boek.

De parallelbijbel geeft goed weer hoe er over het algemeen over een bijbelvertaling wordt gedacht: deze moet betrouwbaar én begrijpelijk zijn. In 2004 verscheen de Nieuwe Bijbelvertaling van het NBG die aan beide eisen moest voldoen. Sommigen beweren dat we er met deze vertaling verder op achteruit gegaan. Niet geheel terecht, want de vertalers zijn zorgvuldig te werk gegaan en in vergelijk met de Groot Nieuws Bijbel en Het Boek is de NBV kwalitatief juist een enorme vooruitgang. Bovendien is het de eerste vertaling die zowel brontaalgericht als doeltaalgericht genoemd kan worden. Het is alleen jammer dat men zich wat de brontaal betreft opnieuw heeft gebaseerd op de Nestle-Aland-editie van het N.T. Het wachten is nu op een gelijksoortige vertaling, maar dan gebaseerd op de Textus Receptus. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat gelovigen de Bijbel anders zijn gaan lezen, onder andere door veranderend taalbegrip en de afname van theologische kennis.

Interpreteren

Voorstanders van een letterlijke bijbelvertaling beschuldigen de vertalers van het NBG regelmatig van persoonlijke interpretatie. In het verleden werd wel eens de extreme gedachte gehoord dat een vertaling pas correct was als het aantal woorden in de vertaling precies overeenkwam met het aantal woorden in de brontekst. Dit is natuurlijk onzin, al was het alleen maar vanwege het feit dat de Hebreeuwse en Griekse taal véél rijker is dan de onze. De betekenis van de oorspronkelijke woorden kunnen wij vaak niet in een enkele zin of uitdrukking weergeven in het Nederlands. Maar vertalen is nu eenmaal kiezen. Om een goede keuze te kunnen maken, wordt de vertaler gedwongen de tekst te interpreteren. Zijn kennis van God en Zijn Woord speelt dan een grote rol.

Een simpel maar treffend voorbeeld vinden wij in Jes. 7:14 [NBV]: “Daarom zal de Heer zelf een teken geven: de jonge vrouw is zwanger…”. In de Statenvertaling lezen wij over een maagd. Beide vertalingen zijn mogelijk. Het gaat hier echter niet zozeer om de leeftijd van de vrouw uit wie Immanuël geboren zou worden, maar om haar maagdelijkheid. Haar Zoon, de Heere Jezus Christus, zou verwekt worden door de Heilige Geest (Luk. 1:35). Het zaad van een man geeft namelijk de zonde door. Maar om de ‘Redder der wereld’ te kunnen zijn, moest de Heere Jezus zonder zonde zijn. Kortom, op basis van deze kennis is maagd of jonge maagd de beste vertaling.

IJdelheid

Ik heb lange tijd gedacht dat de interpretatie van de vertalers bepalend is voor de kwaliteit van een vertaling, maar ik ben hier deels op teruggekomen. Veel belangrijker is het te weten op welke brontekst een vertaling is gebaseerd. Ik had er eerlijk gezegd nooit bij stilgestaan dat er zoveel verschil is tussen de nieuwtestamentische handschriften.

Mede door het gebruik van de Alexandrijnse handschriften zijn er valse leringen de kerk binnengeslopen. Zo wordt op basis van deze manuscripten de godheid van Christus ontkend, maar ook de alverzoening (de gedachte dat iedereen – dus ook ongelovigen – uiteindelijk behouden zal worden) geleerd. Verkondigers van deze leerstellingen verwijzen graag naar de grondtekst waardoor hun leer nog betrouwbaarder lijkt. Zij kennen echter geen Grieks of Hebreeuws, hun informatie is afkomstig uit verschillende naslagwerken. Het lijkt heel wat, maar eigenlijk is het ijdelheid. Vaak blijken leerstellingen zelfs volledig gebaseerd te zijn op dat “wat er in de grondtekst staat”. Maar de vraag is dus: over welke grondtekst hebben wij het dan?

Bijbelgebruik

Het grote probleem is naar mijn mening dat veel gelovigen slechts één Bijbelvertaling gebruiken en hier dezelfde waarde aan toekennen als aan de oorspronkelijke geschriften. Het is dan ook jammer dat het NBG van haar uitgaven (de NBG51 en de NBV) een standaardvertaling heeft willen maken. Daarmee is de gedachte ontstaan dat één vertaling eigenlijk voldoende is. Ik deel die gedachte niet. Want een betrouwbare vertaling is vaak moeilijk leesbaar, terwijl een prettig leesbare vertaling vaak minder betrouwbaar is. Een rabbi vertelde eens: “een vrouw die erg mooi is, is niet altijd trouw maar een vrouw die trouw is, is vaak niet mooi”.

Het is dus goed om in elk geval twee verschillende Bijbels in huis te hebben: een studiebijbel (brontaalgericht) en een leesbijbel (doeltaalgericht). Als studiebijbel moet natuurlijk worden gekozen voor een betrouwbare vertaling. In dat geval is absoluut de Statenvertaling aan te raden. Als leesbijbel raad ik de Nieuwe Bijbelvertaling aan. Deze is om verschillende redenen minder betrouwbaar dan de SV, maar stijgt ver uit boven de Groot Nieuws Bijbel en Het Boek en is zeer goed leesbaar. Bovendien kunt u zo goed de verschillen tussen de verschillende bronteksten opmerken. De Statenvertaling verschilt namelijk zo’n vijf tot twintig procent van de NBV! In de christelijke boekhandel kunt u een parallelbijbel kopen waarin beide vertalingen zijn samengevoegd.

Update: inmiddels is de Herziene Statenvertaling verschenen, die grotendeels trouw is gebleven aan de Textus Receptus maar een stuk leesbaarder is gemaakt. Een aanrader!

Heilige Geest

Hoewel een vertaling van grote invloed is, is het uiteindelijk de Heilige Geest die ons leid in alle waarheid en ons God doet leren kennen. Eeuwenlang hebben gelovigen geen toegang gehad tot de Bijbel en toch kenden zij God en Zijn Woord. Simpelweg omdat zij zich lieten onderwijzen door de Heilige Geest.

Wij kunnen veel kritiek hebben op onze nederlandse bijbelvertalingen, maar toch behoren deze tot de beste ter wereld. In veel landen is niet eens een goede vertaling beschikbaar. Wij hebben er meerdere, maar verzuimen hier optimaal gebruik van te maken. Want laten wij eerlijk zijn: betekent écht studeren ook niet juist dat we meerdere vertalingen (en naslagwerken) raadplegen? Het feit dat verschillende onbijbelse leringen de kerk zijn binnengedrongen is dan ook niet enkel te wijten aan een vertaling, maar vooral aan onze houding ten opzichte van Gods Woord. Zijn wij écht bereid de Bijbel te onderzoeken? Willen wij ons écht laten onderwijzen door de Heilige Geest?

“Wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten” 2 Petr. 1:19


Nawoord
Dit artikel is geschreven in 2007, bepaalde informatie is mogelijk gedateerd. Met dit artikel is natuurlijk lang niet alles gezegd en geschreven over het vertalen van de Bijbel. Heb je vragen of wil je een opmerking, reageer dan onder dit artikel.

DEEL DIT ARTIKEL

Lees ook deze artikelen
Stof ben je, tot stof keer je terug

Stof ben je, tot stof keer je terug

Wat betekent het dat de mens ‘uit de aarde aards’ is? Boetseerde God een kleipoppetje of kan er ook evolutie hebben plaatsgevonden?

De Joodse Messiasverwachting

De Joodse Messiasverwachting

Al eeuwenlang ziet het Joodse volk uit naar de komst van de Messias. Meerdere malen in de geschiedenis dachten sommigen hem gevonden te hebben.

Het Evangelie van Johannes en de herschepping van de kosmos

Het Evangelie van Johannes en de herschepping van de kosmos

Heeft Johannes zich bij het schrijven van zijn evangelie laten inspireren door het scheppingsverhaal? Leo Smits ziet opmerkelijke overeenkomsten tussen de scheppingsdagen en het leven van Jezus zoals beschreven door de apostel Johannes.

>

Shopping cart

Subtotal
Shipping and discount codes are added at checkout.
Checkout
Scroll naar top