ossenkop

hebreeuws woord

God / אל

in het oud-semitisch

LA

Actie:Concreet:Abstract:
een juk op een lastdier leggenoskracht, sterkte
Aאossenkop; kracht
Lלherdersstaf, juk; autoriteit, gezag.

 

De א (alef) en de ל (lamed) vormen samen het begripאֵל  (él) – ‘sterke autoriteit’. Het combineert de kracht van een os met de beschermende autoriteit van de herdersstaf / het samenbindende karakter van een juk).

Mensen hebben door de geschiedenis heen steeds het besef gehad van een ‘hogere macht’, die autoriteit over hun leven uitoefent en gebeurtenissen leidt. In het Hebreeuws betekent אֵל zoveel als een (af)god of een goddelijk wezen. Om onderscheid te maken met de God van de Bijbel, wordt de meervoudsvorm אֱלֹהִים (èlohiem) gebruikt. Als ‘God der goden’ en ‘Heer der heren’ is Hij in alles meer dan de zogenaamde goden die mensen bedenken. Dat geldt zeker voor Zijn kracht (A) en de manier waarop Hij Zijn autoriteit uitoefent en ons leven leidt (L).

In Azië worden ossen nog veel gebruikt op het land. Zij zijn sterk genoeg om een ploeg door de modder te trekken. De ploeg is bevestigd aan een juk, dat op hun nek ligt. De boer gebruikt een stok (‘staf’) om hen aan te moedigen of bij te sturen.

Een oudere (ervaren) os werkt samen met een jongere os onder één juk. Zo leert de jongere os van de oudere, die het tempo bepaalt.

Jezus zei: ‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht’ (Mattheüs 11:28-30).

Martin van Dalen schrijft voor de Bijbelse Cultuur Stichting over de oorsprong en achtergrond van Hebreeuwse woorden. Ook vertaalde hij het spraakmakende boek De Christen en de Farizeeër.

>
Scroll naar top