Kosmos

theologie

Het Evangelie van Johannes en de herschepping van de kosmos

Het is algemeen bekend dat er in de evangeliën Bijbelgedeeltes zijn die een toespeling maken naar het Oude Testament. Zo is Mattheüs 5, de bergrede van Jezus, een verwijzing naar de oudtestamentische geschiedenis van Mozes die op de berg Sinaï de 10 woorden van JHWH ontvangt en deze doorgeeft aan het volk van Israël.[1] De geschiedenis van Elizabeth en Zacharias in het evangelie van Lucas zou een zinspeling zijn naar het oudtestamentische verhaal van Hanna en Elkanah in 1 Samuël  1:1-2:11.[2] Ook hetevangelie van Johannes, maakt een toespeling naar het Oude Testament.

Wanneer je de eerste verzen leest, komen de eerste woorden van Genesis, het scheppingsverhaal, in je gedachten op. Tom Wright is zelfs van mening dat de geschiedenis van Jezus in de evangeliën de geschiedenis vertelt van Israël in het klein.[3] Wat Tom Wright hiermee bedoelt te zeggen is, dat Jezus de climax is van het verbond dat JHWH met Israël had gesloten, met al haar beloftes voor Israël.[4]

We kunnen dus concluderen dat de evangeliën niet enkel de biografie van Jezus beschrijven, maar dat de schrijvers van de evangeliën de lezers meenemen in het wereldbeeld van de God (JHWH) die hemel en aarde heeft geschapen en aan het werk is in zijn wereld door zijn uitgekozen volk Israël.[5]  Jezus was niet zomaar een persoon die leefde van -4 v. Chr tot ongeveer 30 n. Chr., maar de beloofde Messias van Israel, zoals aangekondigd in het Oude Testament.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat verschillende geleerden toespelingen naar en/of thema’s van het Oude Testament in de evangeliën hebben ontdekt. Zo ook in het evangelie van Johannes.

Het idee dat het Johannes evangelie, mijn inziens, geschreven is vanuit het thema herschepping van de kosmos/mensheid komt niet zomaar uit de lucht vallen. Diverse nieuwtestamentische geleerden hebben in verschillende Bijbelgedeeltes in het evangelie reeds een verwijzing gezien naar het scheppingsverhaal in Genesis 1 en 2. In het artikel ‘Creation in the Gospel of John’ in het boek ‘Creation is groaning’ ziet Mary L. Coloe dat het thema schepping duidelijk aanwezig is in de proloog van het Johannes evangelie (Johannes 1:1-18) en dat dit thema terugkomt in de laatste hoofdstukken. Volgens Coloe is het gehele lijdens- en opstandingsverhaal binnen de beeldende beschrijving van de hof van Eden in Genesis 2.[6]

Alan Richardson ziet in de woorden ‘Zie de mens!’ (Ecce Hommo), die Pilatus uitspreekt bij de terechtstelling van Jezus, een toespeling naar Genesis 1:26 en 2:7 waar de mens door God werd geschapen. In Christus, de Zoon van de mensen, zo zegt hij, werd Gods oorspronkelijke bedoeling van de schepping (van de mens) vervuld.[7]

In het gedeelte waar Jezus na zijn kruisiging en opstanding aan zijn discipelen verschijnt en zijn opdracht aan de discipelen geeft en daarna op zijn discipelen blaast (Johannes 20:18-23) zien verschillende commentaren een parallel met Genesis 1:26, en vooral Genesis 2:7, waar God in de mens de levensadem blies. Tevens kunnen we in Genesis1: 26-28 en 2:15, 19-20 lezen dat de geschapen mens de opdracht werd gegeven om heersers te zijn over de schepping.[8]

Deze voorbeelden laten zien dat ‘schepping’ een belangrijk thema is voor de evangelist van het Johannes evangelie. Maar zou het misschien niet zo kunnen zijn dat de schrijver in zijn evangelie niet af en toe dit thema laat terugkomen in zijn evangelie, maar dat héél zijn evangelie dit omsluit?

Na lang en grondig onderzoek ben ik dan ook van mening dat dit het geval is. Steeds meer ben ik er van overtuigd dat het Johannes evangelie is opgebouwd vanuit de structuur van het scheppingsverhaal van Genesis 1 en 2.

Structuur van het Johannes evangelie vs de scheppingsdagen

Ik zal hieronder eerst de opbouw van het evangelie van Johannes ten opzichte van Genesis 1 en 2 laten zien en vervolgens een globale uiteenzetting geven over de ‘scheppingsdagen’ die in het Johannes evangelie zou zijn terug te vinden.

Genesis 1Genesis 2Johannes
Proloog + dag 11:1-51:1-18
Dag 21:6-81:19-52
Dag 31:9-132:1-7:53
Dag 41:14-192:8-18*8:1-17:26
Dag 51:20-2318:1-27
Dag 61:24-3118:28-19:30
Dag 72:1-32:1-319:31-42
Dag 82:2:720:1-31 (21?)

* Johannes 14:1-17 is een intermezzo naar het scheppingsverhaal in Genesis 2

Johannes begint zijn evangelie met de woorden ‘In het begin…’ (Johannes 1:1). Deze woorden roepen direct de associatie op van het eerste vers in het eerste boek van de Bijbel. Ook hier zijn de eerste woorden: ‘In het begin…’ (Genesis 1:1). Zoals Genesis begint te vertellen dat God de Schepper is van hemel en aarde, zo begint het evangelie van Johannes te vertellen dat het Woord bij God was en het Woord God is. Na deze aankondiging wordt het Woord beschreven als het ‘het licht van de mensen’ (Johannes 1:4), die in de duisternis schijnt (Johannes 1:5). Als het ware is de eerste dag van de (nieuwe) schepping aangebroken. Het licht breekt door in de wereld die (opnieuw) in duisternis ligt. En net als op de eerste dag in Genesis 1:3 wordt het licht tot aanzijn geroepen.

In Genesis 1 wordt op dag twee een scheiding gemaakt tussen de wateren onder de hemel en de wateren boven de hemel, waarna op dag drie de wateren onder de hemel samenvloeien en het land zichtbaar wordt. Het is opmerkelijk dat in Johannes 1:19 – 7:53 (dag 2 en 3) het water centraal staat; Johannes de Doper doopt bij de Jordaan (1:28), de zes stenen watervaten (2:6), geboren worden uit water en Geest (3:5), de doop van Jezus (3:22), de Samaritaanse vrouw die water ging putten bij de bron(4:7), het badwater in Bethesda (5:3), de wonderbaarlijke spijziging aan de overkant van de zee van Galilea (6:1); Jezus wandelt over de zee (6:19); Jezus spreekt over stromen van levend water op de laatste grote dag van het Loofhuttenfeest (7:37,38).

Na hoofdstuk 8 zien we een verandering plaatsvinden. Niet langer staat het water centraal, maar noemt Jezus zich in hoofdstuk 8 vers 12 het licht van de wereld.[9] Vanaf dat moment tot aan hoofdstuk 13 vinden er gebeurtenissen plaats die verband houden met het licht. Jezus geneest de blindgeboren man (Johannes 9), is aanwezig bij het inwijdingsfeest (Chanoeka) van de tempel (Johannes 10:22-41), wekt Lazarus op uit de dood en wel op de 4de dag (Johannes 11)!

Hoofdstuk 13 tot en met 17 zijn de afscheidswoorden van Jezus richting zijn discipelen. Deze hoofdstukken vallen nog onder dag 4. Jezus als het ‘grote licht’ die de dag beheerst, geeft de discipelen instructies om als maan en sterren (het klein licht) de nacht te beheersen. Hoofdstuk 13 is een opmars naar de instructies die Jezus aan zijn discipelen geeft en in dit hoofdstuk de discipelen heiligt (als priesters) voor hun taak. Pas wanneer Judas Iskariot de ruimte verlaat valt de nacht (van dag 4) in! (Joh.13:30). Vanaf dan geeft Jezus zijn discipelen Zijn opdracht.

Hoofdstuk 14 zou kunnen worden gezien als een intermezzo, waarbij het scheppingsverhaal in Genesis 2 centraal staat. Laten we Genesis 2 en Johannes 14 eens naast elkaar zetten om de parallellen te zien.

Genesis 2:4-23Johannes 14
God plantte een hof in Eden om de mens daarin te plaatsen (v.8,15)Jezus gaat heen om een plaats voor zijn discipelen gereed te maken (v.2-3)
God geeft de mens een gebod (v.16-17)Jezus geeft zijn discipelen een gebod (v.15)
God  laat de mens niet alleen, Hij zal hem een hulp maken. (v.18, 22)Jezus  zal de Vader bidden een andere Helper te geven (v.16-18).

Hoewel de toespeling van de scheppingsdagen 5 en 6 meer verborgen liggen in de hoofdstukken 18 tot 19 vers 30, zijn ze mijn inziens wel aanwezig. Op de 5de scheppingsdag worden de vogels in de lucht en de vissen in de zee geschapen. In Johannes 18:1 -26 lezen we dat Jezus door zijn eigen volk, en dan voornamelijk de Joodse leiders, gevangen wordt genomen en door het Sanhedrin wordt ondervraagd. Welke toespeling valt er tussen deze twee te maken? Wanneer we er oppervlakkig naar blijven kijken en Johannes 18: 1-26 alleen blijven zien als een geschiedkundig gegeven, dan blijven we in het ongewisse. Zonder enige kennis over de manier hoe de Bijbel (vooral het O.T.) gebruik maakt van beeldspraak, is het onmogelijk de vijfde en zesde scheppingsdag te onderscheiden.[10]

Na het ‘hogepriesterlijk gebed’ gaat Jezus met zijn discipelen naar een hof. Over de hof waar Jezus verraden wordt door Judas en gevangen wordt genomen, zegt Keener, dat dit misschien een toespeling zou kunnen zijn naar de omkering van de val in de hof van Eden.[11] In de hof van Eden in Genesis 3 komen we de slang tegen. In Job 40:20-41:25 spreekt God over een zeemonster: de Leviathan die Hij geschapen heeft en waar in Psalm 104:26 zelfs wordt gezegd dat God hem heeft geformeerd om er mee te spelen. De psalmdichter lijkt in Psalm 74:13-14 te spreken over de doortocht van de Israëlieten door de Schelfzee. God heeft door Zijn macht de zee gespleten en de koppen van de Leviathan in de wateren vermorzeld. Maar wie of wat is de Leviathan? In Jesaja 27:1 wordt van hem gezegd dat het een snel, kronkelende slang is, die in de zee leeft. Zijn ware identiteit wordt pas in Openbaring 20:2 onthuld: de oude slang is satan. Het is op de vijfde dag dat God het water (de zee) laat wemelen van levende wezens, waaronder de grote zeedieren (Genesis 1:20,21). Het zou zomaar kunnen dat Judas symbolisch, in het evangelie van Johannes, deze slang (zeemonster) vertegenwoordigt, aangezien we in Johannes 13:26b en 27 kunnen lezen dat de satan in Judas Iskariot voer na het nemen van het stuk brood.

In Genesis 15:1-21 kunnen we lezen over het verbond dat God met Abram sluit. In de verzen 9-12 deelt Abram drie driejarige dieren in tweeën en legt ze met twee duiven tegenover elkaar neer. De geslachte dieren liggen er voor een verbondssluiting. Er zijn echter roofvogels die de stukken willen verslinden, maar Abram jaagt ze weg. Over de symbolische betekenis van het wegjagen van de roofvogels door Abram zegt de Studiebijbel:

‘De onreine roofvogels die door Abram verjaagd worden, stellen de aan Israël vijandige volken voor (vgl. Ez. 17:3,7; Zach.5:9), terwijl de reine dieren een symbool zijn voor Israël. De geslachte dieren zijn allemaal reine dieren die volgens het boek Leviticus voor een offer gebruikt kunnen worden; in de offerdienst vertegenwoordigen zij de offeraar, dus de Israëliet.’[12]

Dit gezegd hebbende is de vertaalslag naar de Israëliet Jezus niet zo moeilijk meer te maken.[13]

Daarnaast lezen we in Openbaring 18:2 dat duivelen en onreine geesten naast onrein en verfoeid, gevogelte worden genoemd.

De dieren in de zee en het gevogelte in de hemel worden in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament vergeleken met respectievelijk de duivel en zijn trawanten. In het evangelie van Johannes is de duivel de overste van de wereld en zijn zij, die Jezus niet (bewust) willen kennen van de wereld en daarmee dus onder heerschappij van de duivel. [14] Jezus zegt tegen voornamelijk de Joodse leiders, die hem niet willen geloven, dat hun vader de duivel is, die een mensenmoordenaar van het begin af aan was.[15]

Ook voor de zesde scheppingsdag zullen we vanuit het Oude Testament een vertaalslag moeten maken om de toespeling te zien die Johannes in hoofdstuk 18:28-19:30 maakt.

Vanuit de geschiedenis van Daniël die het visioen van de vier dieren kreeg, weten we dat dieren heidense volken kunnen symboliseren.[16] Niet alleen wordt in dit visioen gesproken over vier dieren, maar ook de Mensenzoon komt in beeld aan wie de heerschappij, eer en koningschap wordt gegeven en alle volken, natiën en talen zullen Hem moeten vereren.

Zolang de mens nog niet geschapen is, zou je kunnen zeggen dat de dieren in de zee, het gevogelte in de hemel en de dieren van de aarde (de duistere machten) het voor het zeggen hebben. Maar nadat de mens geschapen is worden ze onderworpen aan de mens.[17]

In Johannes 19:5 wordt Jezus nadat Hij gegeseld is, een doornenkroon op zijn hoofd heeft en een purperen bovenkleed om heeft gekregen, door Pilatus aan de menigte voorgesteld: ‘Zie de Mens!’

In deze verklaring van Pilatus ziet T. Wright de echo van schepping van de mens op de zesde dag.[18]

Pas na deze aankondiging spreekt Jezus over macht en zegt Pilatus dit keer tegenover de menigte: ‘Zie uw Koning’.[19] De Zoon van God, de Zoon des mensen aan wie de heerschappij, eer en koningschap is gegeven is volkomen in beeld en zal zijn taak volvoeren om te zegevieren over de vissen in de zee, het gevogelte in de hemel en dieren van de aarde op een manier die niemand had verwacht.

Net als in Genesis waarop God na de zesde dag kon zeggen dat het zeer goed was en Hij de zevende dag, de rustdag kon ingaan (Genesis 1:31-2:3), kon ook Jezus zeggen, nadat Hij gedaan had wat de vader Hem geboden had (Johannes 14:31), ‘Het is volbracht’ (Johannes 19:30) om vervolgens de rust in te gaan.[20]

De zeven scheppingsdagen zijn de revue gepasseerd, maar omdat Jezus de tweede ‘Adam’ is, die zijn schepping heeft vernieuwd, is er voor de schrijver van het Johannes evangelie een extra dag. Het is een (ver)nieuw(d)e dag. De eerste dag, ook wel bekend binnen het Judaïsme als de achtste dag.[21] De grote dag van de opstanding der doden. De dag dat JHWH zal regeren over hemel en aarde. Met de opstanding van Jezus in een hof, wordt de ‘Mens’ (terug)geplaatst in de hof van Eden, waar Hij wandelt in de tegenwoordigheid (de glorie/heerlijkheid) van God. Het is niet alleen dat deze nieuwe ‘mens’ wandelt in de tegenwoordigheid van God, maar de Heerlijkheid (de sjechina) zelf is. Het is niet voor niets dat Maria Magdalena, haar Meester ontmoet in deze hof (Johannes 19:41; 20:14-16).[22] Zij vertegenwoordigt: ‘Eva’, de moeder van alle levenden, die de discipelen mag vertellen dat zij (de heerlijkheid van) JHWH had gezien. Het is ook op deze achtste dag dat Jezus aan zijn discipelen verschijnt en in hen Zijn ‘Geest’ blaast (Johannes 20:19-23), zoals God de levensadem in de mens zijn neusgaten blies (Genesis 2:7).[23] En daarmee is de ‘nieuwe mens’ geschapen en de herschepping in en door Jezus voltooid!

Conclusie

Wat we kunnen concluderen aan de hand van de globale uiteenzetting hierboven is, dat de schrijver naast dat hij het leven van Jezus als een feitelijke historische gebeurtenis heeft beschreven, hij ook een diepere (theologische/geestelijke) boodschap wilde meegeven aan zijn toehoorders c.q. lezers. De schrijver van het Johannes evangelie ziet Jezus als de Herschepper en tegelijkertijd de tweede Adam, die de wereld (en voornamelijk de mens) herschept binnen (in eerste instantie) de zes scheppingsdagen, om vervolgens door zijn dood de Sabbath in te gaan om op de nieuwe eerste dag (de achtste dag) op te staan als een nieuwe schepping. Omdat de schrijver van het Johannes evangelie het thema schepping in zijn diepere boodschap wilde laten terugkomen, is het hoogstwaarschijnlijk dit de reden waarom hij andere gebeurtenissen opneemt in zijn evangelie ten opzichte van de synoptische evangeliën. Er is onder de geleerden ook een discussie over de chronologische volgorde van historische gebeurtenissen.[24] Dit komt mede doordat Johannes zijn evangelie laat beginnen met de tempelreiniging vlak na de start van Jezus bediening, terwijl in de synoptische evangeliën deze gebeurtenis aan het eind van Jezus’ bediening plaatsvindt.  Ik wil niet uitvoerig op deze discussie ingaan. Het enige wat ik er over kwijt wil is, dat het goed mogelijk is dat de historische gebeurtenissen in het Johannes evangelie een ondergeschikte rol innemen ten opzichte van de diepere boodschap die de schrijver wilde meegeven. Dat wil overigens niet zeggen dat al de gebeurtenissen in Jezus’ leven, niet historisch zouden hebben plaatsgevonden! Integendeel. De feitelijke gebeurtenissen hoeven echter niet in de juiste chronologische volgorde te zijn gebeurd, zoals deze in het Johannes evangelie zijn opgenomen. [25] Dit is mijn inziens ook helemaal geen probleem, omdat in die tijd ze meer geïnteresseerd waren in de woorden en gebeurtenissen van belangrijke personen in plaats van de juiste volgorde van de gebeurtenissen.[26]

 

[1] Luz, U. (2007). Matthew 1–7: a commentary on Matthew 1–7. (H. Koester, Red.) (Rev. ed., p. 174). Minneapolis, MN: Fortress Press. Zie ook: Pink, A. W. (2005). An exposition of the Sermon on the Mount (p. 11). Bellingham, WA: Logos Bible Software; Hagner, D. A. (1998). Matthew 1–13 (Vol. 33A, p. 86). Dallas: Word, Incorporated.[2] Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (p. 379). London: Society for Promoting Christian Knowledge. Zie ook: Nolland, J. (2002). Luke 1:1–9:20 (Vol. 35A, p. 35). Dallas: Word, Incorporated.

[3] Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (p. 402). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[4] Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (pp. 401–402). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[5] Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (pp. 402–403). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[6] Coloe, Mary L. (2013-09-01). Creation Is Groaning: Biblical and Theological Perspectives (Kindle Locations 1648-1649). Liturgical Press. Kindle Edition.

[7] Richardson, A. The Gospel according to Saint John in NICNT The gospel according to John, Morris, voetnoot 12 pagina 702

[8] Manning, G. T., Jr. (2004). Echoes of a prophet: the use of Ezekiel in the Gospel of John and in literature of the Second Temple Period (p. 167). London; New York: T&T Clark International. Zie ook Beasley-Murray, G. R. (2002). John (Vol. 36, pp. 380–381). Dallas: Word, Incorporated.; Keener. C.S. (2010). The Gospel of John (Vol.2, p. 1204). Peabody; Massachusetts: Hendrickson; Carson, D.A. (1991). PNTC: The Gospel according to John (p.651). Grand Rapids; Michigan: Eerdmans.

[9] . In het scheppingverhaal wordt op de 4de dag de lichtdragers geschapen. (Genesis 1:14-19)

[10] Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (p. 291). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[11] Keener. C.S. (2010). The Gospel of John (Vol.2, p. 1077). Peabody; Massachusetts: Hendrickson; Carson, D.A. (1991).

[12] M. J. Paul and e.a., Bijbelcommentaar: Genesis/Exodus (STUDIEBIJBEL OUDE TESTAMENT; eds.M. J. Paul, et al; Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2004), p.153.

[13] Zie W. J. Ouweneel, Het heil van God: Ontwerp van een soteriologie (EVANGELISCH-DOGMATISCHE REEKS; Heerenveen: Medema, 2010), p.202.

[14] Beasley-Murray, G. R. (2002). John (Vol. 36, p. 322). Dallas: Word, Incorporated.

[15] Johannes 8:44

[16] Daniël 7; zie ook Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (p. 267). London: Society for Promoting Christian Knowledge; Wright, N. T. (1992). The New Testament and the People of God (p. 289). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[17] Genesis 1:26, 28

[18] Wright, N. T. (2003). The resurrection of the Son of God (p. 440). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[19] Johannes 19:11, 14

[20] Wright, N. T. (2003). The resurrection of the Son of God (p. 440). London: Society for Promoting Christian Knowledge. Zie ook: Coloe, Mary L. (2013-09-01). Creation Is Groaning: Biblical and Theological Perspectives (Kindle Location 1722-1744). Liturgical Press. Kindle Edition.

[21] Coloe, Mary L. (2013-09-01). Creation Is Groaning: Biblical and Theological Perspectives (Kindle Locations 1754-1756). Liturgical Press. Kindle Edition. Zie ook: Wright, N. T. (2003). The resurrection of the Son of God (p. 669). London: Society for Promoting Christian Knowledge.

[22] Coloe, Mary L. (2013-09-01). Creation Is Groaning: Biblical and Theological Perspectives (Kindle Locations 1773-1780). Liturgical Press. Kindle Edition.

[23] Coloe, Mary L. (2013-09-01). Creation Is Groaning: Biblical and Theological Perspectives (Kindle Locations 1821-1826). Liturgical Press. Kindle Edition. Zie ook: Wright, N. T. (2003). The resurrection of the Son of God (p. 601). London: Society for Promoting Christian Knowledge; Manning, G. T., Jr. (2004). Echoes of a prophet: the use of Ezekiel in the Gospel of John and in literature of the Second Temple Period (pp. 166–167). London; New York: T&T Clark International.

[24] Beasley-Murray, G. R. (1992). Synoptics and John. In J. B. Green & S. McKnight (Red.), Dictionary of Jesus and the Gospels (pp. 793–794). Downers Grove, IL: InterVarsity Press.

[25] Witherington, B., III. (2014). NT221 The Wisdom of John: A Socio-Rhetorical Commentary on Johannine Literature. Bellingham, WA: Lexham Press.

[26] Hoehner, H. W. (1996). Chronology of the New Testament. In D. R. W. Wood, I. H. Marshall, A. R. Millard, J. I. Packer, & D. J. Wiseman (Red.), New Bible dictionary (3rd ed., pp. 192–194). Leicester, England; Downers Grove, IL: InterVarsity Press.

DEEL DIT ARTIKEL

De schrijver van het Johannes evangelie ziet Jezus als de Herschepper en tegelijkertijd de tweede Adam

andere artikelen

Op de hoogte blijven van inspirerende artikelen over de bijbelse cultuur, natuur, archeologie en symboliek?

Reageren

>
Scroll naar top