varken

weblog

Rein van hart

Dat de Bijbel spreekt over reine en onreine zaken, is voor de meeste gelovigen geen geheim. De vraag is alleen: hoe gaan wij hier mee om?

Laten we eerst eens kijken wat de begrippen ‘rein’ (tahier in het Hebreeuws) en ‘onrein (tama) betekenen. Dat het hierbij om meer gaat dan schoon of smerig zijn, is wel duidelijk. Letterlijk betekent het woord rein: ongemengd. Iets wat rein is, is ‘puur’ en ‘doorzichtig’. Puur goud bijvoorbeeld, is niet met andere metalen vermengd en zo helder als glas. Op moreel gebied betekent rein dat er sprake is van een zuivere relatie tussen mensen, een relatie waar niet tussen in staat. Zo kan een huwelijk bijvoorbeeld worden verontreinigd (‘onrein worden’) door overspel. Ook over de woorden van God schrijft David in Psalm 12 dat deze rein zijn: God spreekt duidelijke taal en in volmaakte bewoordingen. Er valt niets tegen in te brengen of op af te dingen. Het hoeft geen betoog dat ‘onrein’ het tegenovergestelde van al deze dingen betekent: vermengt, troebel, ondoorzichtig.

Nu zijn er heel veel zaken die in de Bijbel rein of onrein worden genoemd, maar het meest bekend is waarschijnlijk het voorbeeld van de reine en onreine dieren. Deze laatste konden, volgens de instellingen van het oude testament, niet als offer of als voedsel dienen. Waarom? Volgens de meeste naslagwerken vooral om hygiënische redenen. Weliswaar hadden deze instellingen inderdaad een positieve invloed op de hygiëne, toch is dit niet de belangrijkste reden voor de scheiding tussen reine en onreine dieren.

Waar het om gaat is dat God Zijn volk aanschouwelijk onderwijs geeft: de dieren weerspiegelen het innerlijk van de mens. Dat zie je heel duidelijk terug bij de offers. Als op het altaar het bloed van een dier wordt vergoten, wil de offeraar daarmee zeggen dat hij zijn leven (Lev. 7:14) aan God toewijdt. Het dier neemt de plaats van de mens in.

Daarom ook dat hij rein moet zijn, hij symboliseert immers de mens die God volledig toegewijd wil zijn. Hetzelfde geldt voor de zogenoemde ‘spijswetten’. Een varken is niet onrein, omdat zijn vlees ‘onrein’ zou zijn, zoals ten onrechte wel eens wordt verondersteld. Paulus schreef immers “dat geen ding onrein is in zichzelf” (Rom. 14:14). Nee, een varken is onrein omdat het in de modder wroet – een beeld van de in zonde gevallen aarde – en alles eet wat hij tegenkomt. De gelovige identificeert zich niet met het varken en kan dat zichtbaar (‘beeldend’) maken door geen varkensvlees te eten of te offeren.

Omstreeks 200 v.Chr. is door een Jood in Alexandrië de zgn. ‘Brief van Aristeas’ geschreven. Hierin citeert hij een uitspraak van hogepriester Eleaser, die op eenvoudige wijze laat zien wat het doel van de spijswetten is: “om vrome gedachten op te wekken en het karakter te vormen”.

Helaas hebben de meeste Israëlieten door de eeuwen heen uit het oog verloren dat het gaat om het beeld en niet om het ding zelf. Dat zie je terug in Romeinen 14, het voorbeeld van de ‘sterke’ en de ‘zwakke’. De sterke had geen enkele moeite met een lekker stukje varkensvlees, in tegenstelling tot zijn zwakkere tafelgenoot die liever zijn maag vulde met een bak sla. Waarom at de zwakke geen vlees? Omdat hij dacht hierdoor onrein te worden voor God. Hij had nog gelijk gekregen ook. Niet omdat het klopte wat hij dacht, maar omdat hij dan niet ‘uit geloof’ gegeten had. Zijn ongeloof had hem onrein gemaakt, niet het vlees. De sterke wist dat geen ding onrein is in zichzelf en kon dus in alle vrijheid genieten van zijn varkenslapje.

Hoe verschillend zullen de levens van deze twee mannen geweest zijn! Waar de zwakke continu in angst leefde onrein te worden en veroordeeld te worden door God, wist de sterke dat het alleen gaat om geloof en niet om het houden van allerlei wetten en tradities. Als we dit doortrekken naar onze tijd, hoeveel mensen kennen wij dan wel niet die zeggen “raakt niet, smaakt niet”? Recent nog hoorde ik een lezing waarin jongeren verteld werd dat zij onrein zouden worden door het luisteren van popmuziek. Goed bedoeld weliswaar, maar zo’n boodschap helpt de jongeren niet verder in hun geloofsleven. Natuurlijk, popmuziek kan je onrein maken, zoals heel veel andere zaken in deze wereld. Maar in plaats van jongeren een wet te prediken (‘luister geen popmuziek’), had deze spreker beter kunnen wijzen op het feit dat we een Hogepriester in de hemel hebben, die ons reinigt van alle onreinheid waarmee we dagelijks geconfronteerd worden in ons leven.

Dat geeft rust. We hoeven ons geen zorgen te maken over wat we wel of niet zouden mogen, over wat wel of niet eten, waar we naar luisteren, etc. De Here Jezus reinigt ons dag aan dag, het enige dat Hij van ons verlangt is dat wij Hem toegewijd zijn. Als zich dat uit in het niet eten van varkensvlees of het niet luisteren van popmuziek: prima! Nogmaals, het gaat niet om de dingen zelf. Vergis je niet: het kan best zijn dat die andere gelovige net zo toegewijd is aan God als jij, maar wél vlees eet of popmuziek luistert.  Waar God naar kijkt is ons hart. Is dat puur als goud en altijd gericht op Hem? “Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien”.

 

DEEL DIT ARTIKEL

Op de hoogte blijven van inspirerende artikelen over de bijbelse cultuur, natuur, archeologie en symboliek?

Reageren

Geef een reactie

>
Scroll naar top