002-prodigal-son

hebreeuws woord

Bekering / שׁב

in het oud-semitisch

bS

Actie:Concreet:Abstract:
omkeren, omdraaienomkeren, omdraaien-
Sשtwee tanden of vingertoppen; scherp, druk uitoefenen, inspannen
bבtent (huis); binnen, in

 

De S (inspannen) en de b (tent; in) vormen het begrip    שׁב (sháv) – ‘je inspannen naar de tent’ of: ‘je inzetten om thuis te komen’. Het heeft de basisbetekenis ‘weggaan [bij iemand vandaan]’ of ‘terugkeren [naar huis]’.

Hiervan afgeleid is het woord תְשׁוּבָה (teshoeva) – terugkeer [van een verkeerde weg] en ook: omkeren [naar God toe], ofwel: bekering. Zie ook: zonde.

Jezus vertelde hoe een zoon – na een mislukt avontuur – vol schuldbesef terugkeerde naar het ouderlijk huis. Toen hij in het buitenland alles was kwijtgeraakt, kwam hij tot inkeer en besefte hij hoe hij de liefde van zijn vader en de veiligheid van een thuis miste. Daarom besloot hij om [1] naar huis terug te keren, [2] te belijden dat hij had gezondigd en [3] de gevolgen van zijn keuzes te aanvaarden. Dat is in het kort de betekenis van bekering.

De Bijbel maakt onderscheid tussen bekering  (een actieve daad van ons) en wedergeboorte een actieve daad van God). Bekering is een actie die God van ons verwacht; Hij roept ons op naar Hem terug te keren. Wedergeboorte is iets dat Hij doet in ons leven. Dus: wij worden wedergeboren en wij moeten ons bekeren (de – passieve – uitdrukking ‘bekeerd worden’ is dus niet correct).

Martin van Dalen schrijft voor de Bijbelse Cultuur Stichting over de oorsprong en achtergrond van Hebreeuwse woorden. Ook vertaalde hij het spraakmakende boek De Christen en de Farizeeër.

>
Scroll naar top