Rob Bell

weblog

Wie gaat er naar de hel?

Wie niet gelooft, zal voor eeuwig branden in de hel. Althans, volgens het orthodox-protestantse christendom – waar ik mijzelf overigens ook toe reken. Het is die opvatting die Rob Bell met een tegenreactie deed komen: Love wins, een boek ‘over hemel, hel en het lot van elk persoon die ooit geleefd heeft’. Zijn conclusie: de hel is realiteit, maar uiteindelijk overwint de liefde, namelijk God, en zullen alle mensen behouden worden.

Voor Bell begon het allemaal tijdens een kunsttentoonstelling in zijn kerk. Iemand had een brief geplakt op een kunstwerk over Ghandi, met daarop handgeschreven de woorden: ‘reality check: Ghandi is in de hel’. “Hoe weet diegene dat zo zeker,” vroeg Bell zich af, “en waarom voelt hij of zij de behoefte om dat aan ons te laten weten?”

Ergens mag ik de radicaliteit van die anonieme briefjesplakker wel. Want waar Ghandi door velen wordt bewierookt als een geweldig leraar, is hij volgens Bijbelse maatstaven niets meer dan een valse leraar. Al was het maar vanwege zijn stelling dat ‘alle religies waar zijn’. Toch is de vraag van Bell terecht: hoe wist die briefjesplakker zo zeker dat Ghandi in de hel is?

Wat is ongeloof?

We zeggen het zo makkelijk: wie niet gelooft, gaat naar de hel. Maar wat betekent eigenlijk ‘niet geloven’? In onze tijd is een ongelovige iemand die ontkent dat God bestaat. Maar is iemand die wel weet dat God bestaat dan per definitie een gelovige? Satan’s engelen weten ook dat Hij bestaat, maar dat heeft hen niet weerhouden een oorlog tegen de Allerhoogste te ontketenen.

In de hele discussie rondom de eindbestemming van de mens, is onze definitie van geloof eigenlijk cruciaal. Daar gaat het vaak al mis. Want ‘geloven’ betekent niet ‘weten dat God bestaat’, maar vertrouwen op God. Te weten dat God bestaat, geeft iemand nog geen toegang tot de hemel. Mensen die God niet kennen, die het Evangelie nog nooit echt gehoord hebben, kunnen met recht onwetend genoemd worden, maar ongelovig? Paulus zegt: “Hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben?” (Rom. 10:14).

Ongeloof is het bewust verwerpen van het Evangelie, de grootste zonde van allemaal en de enige waarvoor geen vergeving ontvangen kan worden (Mat. 12:31). “Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over… maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur” (Heb. 10:26).

Vraag jezelf eens af: hoeveel mensen in onze huidige Westerse samenleving hebben deze ‘kennis van de Waarheid’? Verreweg de meeste westerlingen leven in absolute onwetendheid. Natuurlijk, “de dingen van Hem die onzichtbaar zijn, worden sinds de schepping van de wereld uit Zijn werken gekend en doorzien, namelijk én Zijn eeuwige kracht én Zijn goddelijkheid, zodat zij niet te verontschuldigen zijn” (Rom. 1:20). Maar wie in dit vers meent te kunnen lezen dat iemand verloren gaat als hij het getuigenis van het ‘boek der natuur’ niet opmerkt, dreigt zich schuldig te maken aan een ernstige vorm van inlegkunde. Want dat stáát er niet. Sterker nog, er wordt gesproken over mensen die “God kennen” maar Hem niet willen erkennen als Heer (vs21).

Eerst zien, dan geloven

Tegenwoordig staan de zaken er toch wel heel anders voor. De meeste mensen weten, verblind als zij zijn door valse wetenschap, niet eens dat God bestaat. Eerst zien, dan geloven, zeggen zij. Eigenlijk helemaal niet zo’n vreemde opmerking, toch?

Zelfs één van Jezus’ trouwste leerlingen, de apostel Thomas, wilde eerst de doorboorde handen van zijn Rabbi zien, voor hij kon geloven dat Hij uit de dood was opgestaan. Nam de Here Jezus hem dat kwalijk? Hij zegt: “Kom hier met uw vinger en bekijk Mijn handen, en kom hier met uw hand en steek die in Mijn zij; en wees niet ongelovig, maar gelovig” (Joh. 20:27). Klinkt de Here Jezus boos? Beschuldigd Hij Thomas ergens van? Nee, sterker nog, Hij geeft Thomas wat hij wil: bewijs. En het gevolg is dat Thomas van harte gelooft. Hij belijd: “Mijn Heere en mijn God!” (vs28). Wat dat betreft is het bijna kwalijk te noemen dat hij in onze gedachten voortleeft als ‘ongelovige Thomas’.

De Here Jezus zegt vervolgens: “Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven” (vs29). Opnieuw: komt de Here Jezus met een beschuldiging? Zegt Hij ergens dat Thomas iets fout heeft gedaan? Veel christenen halen dit vers vaak aan, om aan te tonen dat het verkeerd zou zijn om ‘bewijs’ te vragen. Maar dat bedoeld de Here Jezus helemaal niet. Integendeel, want dit hoofdstuk eindigt nota bene met de woorden dat Hij “nog veel andere tekenen heeft gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek” (vs30). Waarom? “Opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God” (vs31). Je zou het misschien zwak kunnen noemen dat mensen om ‘een teken’ vragen, maar feit is dat de Here Jezus hen hier niet om veroordeeld. Ook Thomas niet. Hij zegt simpelweg “zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven”. Hij weet namelijk dat er een tijd zal komen waarin Hij niet meer gezien zal worden. Dat is ónze tijd…

Verborgen

In onze tijd is God verborgen. Daarmee bedoel ik niet alleen dat Hij, in de Persoon van Christus, niet meer rondwandelt op aarde, maar ook dat Hij Zich niet meer rechtstreeks bemoeit met deze schepping.  Jammer genoeg lijken veel christenen dat vergeten te zijn. Terwijl wij in de kerk luidkeels zingen ‘De Heer regeert’, stellen niet-christenen ons terecht de vraag waar die God dan is, gezien alle ellende in de wereld. Zij lijken het wat dat betreft beter te begrijpen dan de meesten van ons. Zij beseffen, op bijna wonderlijke wijze, dat áls er een God is, Hij een God van orde, vrede en gerechtigheid is. Dus als Hij regeert, zoals de meeste christenen beweren, waarom is het dan zo’n verschrikkelijke puinhoop hier beneden?

Een terechte vraag en ik kan mij er dan ook verschrikkelijk boos om maken als hier een antwoord op wordt gegeven in de trant van ‘Gods wegen zijn hoger dan onze wegen’. Ja, ammehoela! Wat is dat voor slap antwoord? Daarmee maken wij onszelf toch volstrekt ongeloofwaardig? Zoals God ooit sprak bij monde van de profeet Hosea: “Mijn volk komt om doordat het met Mij niet vertrouwd is” (Hos. 4:6, NBV). Want als wij ongeloofwaardig zijn, hoe kunnen wij dan nog verwachten dat mensen zich bij ons, bij de Gemeente van Christus, zullen aansluiten?

De Bijbel geeft wel degelijk een duidelijk antwoord op deze veelgestelde vraag. In Joh. 3:19 lezen we dat de mensen de duisternis liever hebben gehad dan het licht. Merk op dat dit een oordeel wordt genoemd. In het Grieks vinden we hier het woord ‘krisis’, waar ons woord ‘crisis’ op is gebaseerd. Een crisis is een allesbeslissende situatie. De mensheid stond hier op een kruispunt: gaan we naar rechts of gaan we naar links? Kiezen we voor het licht of voor de duisternis? De mensen kozen dus voor het laatste en hierover lezen we verder in Rom. 1:18-32. “Omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen. Ze zijn vervuld van allerlei ongerechtigheid, hoererij, boosaardigheid, hebzucht, slechtheid. Ze zijn vol afgunst, moord, ruzie, bedrog, kwaadaardigheid. Kwaadsprekers zijn het, lasteraars, haters van God, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, bedenkers van slechte dingen, ongehoorzaam aan hun ouders, onverstandigen, trouwelozen, mensen zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, onbarmhartig.”

Al die ellende in de wereld? Daar hebben de mensen dus zelf voor gekozen. En ja, God is bij machte in te grijpen en dat zal Hij in de toekomst ook zeker te doen. Maar voor nu heeft Hij de mensen bij wijze van oordeel overgegeven aan hun eigen kwade natuur. Sadistisch, zeg je? Alles behalve. Juist door de mensen hun eigen weg te laten gaan, geeft Hij hen tijd tot inkeer te komen. Gevolg is wel dat niet het licht, maar de duisternis nu de wereld regeert. Nu is niet God, maar satan de overste van deze wereld, “de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid” (Ef. 2:2).

Wat dat betreft zou het de verspreiding van het Evangelie ten goede komen als christenen niet meer zouden doen alsof het koninkrijk van God al gekomen is. Dit is namelijk overduidelijk niet het geval. We hebben de zekerheid dat eenmaal het koninkrijk der hemelen gevestigd zal worden op aarde, maar op dit moment is de wereld nog onder het gezag van satan.

Boek des levens

Terug naar de hoofdvraag: wie gaat er naar de hel? Allen die onder het gezag van satan staan? We hebben eerder al geconstateerd dat je niet kunt stellen dat mensen verloren gaan door hun onwetendheid, omdat ongeloof het bewust verwerpen van God is. Wat er wel met deze mensen zal gebeuren, weet ik niet. Volgens sommige bijbeluitleggers krijgen deze mensen na hun sterven alsnog de kans om voor of tegen God te kiezen, maar zover rijkt mijn kennis helaas nog niet.

Wie met zekerheid naar de hel gaan, zijn zij die niet ingeschreven blijken te staan in het Boek des Levens (Openb. 20:15). Hierbij is vaak de gedachte dat je naam pas in dit boek geschreven wordt, op het moment dat je tot geloof komt. Maar als je de Bijbel wat beter bestudeerd, dan ontdek je dat het juist precies andersom is! In beginsel staat elk mens ingeschreven in het Boek des Levens, je wordt er pas uitgeschreven als je bewust de Here God verwerpt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Psalm 69 waar David over zijn vijanden schrijft: “laat hen uitgewist worden uit het Boek des Levens”. In Dt29:20 lezen over wie ongelovig wordt: “De Heere zal zijn naam van onder de hemel uitwissen.”

Dit maakt het verhaal opeens heel anders! Veel mensen in deze wereld kennen God niet en je zou met recht kunnen stellen dat hun leven op aarde een ‘verloren leven’ is, omdat zij God niet hebben gekend, zij niet Gods zegeningen hebben kunnen genieten en zij Hem niet hebben kunnen loven en prijzen. Maar verloren voor de eeuwigheid? Zolang er geen sprake is van ongeloof, oftewel het bewust verwerpen van God en Zijn liefdeswerk, durf ik daar geen uitspraken over te doen.

Het is niet zo vreemd dat Rob Bell stelt dat het orthodoxe christendom een ‘slecht verhaal’ heeft. Hij heeft gelijk. Niet dat ik zijn conclusie (‘iedereen wordt behouden’) deel, maar het is waar: wij vertellen mensen die God niet eens kennen dat zij op weg zijn naar de hel en verwachten dan dat zij daardoor tot inkeer zullen komen. Ik denk dat wij eerst zullen moeten laten zien dat God leeft. En vervolgens mogen we er op vertrouwen dat het de Geest is die de wereld zal overtuigen van “zonde, gerechtigheid en van oordeel” (Joh. 16:8).

Gerechtigheid en oordeel

Ook hier wil ik, tot slot, nog een opmerking over maken. Want als wij dit vers lezen denken wij vaak dat de Geest mensen er van overtuigd hoe slecht zij wel niet zijn. En dit is zeker een onderdeel van Zijn werk. Maar lees dit tekstgedeelte nog eens goed na in je Bijbel: de Geest brengt bovenal een boodschap van hoop. Hij overtuigd van oordeel “omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is” (vs11). Dat is, voor wie Zijn getuigenis aannemen, een blijde boodschap! “De toekomstige dingen zal Hij u verkondigen” (vs13). Aan al die ellende, die de mens doet uitschreeuwen ‘waar is God?!’, komt een eind. De overwinning staat vast. Satan en zijn engelen en al wie God bewust verworpen hebben, zullen de poel des vuurs in worden geworpen en daarna… een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dan zal God weer onder de mensen wonen. “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (Openb. 21:4). Wat een geweldige toekomst! Maranatha, Jezus komt!

DEEL DIT ARTIKEL

Terwijl wij in de kerk luidkeels zingen ‘De Heer regeert’, stellen niet-christenen ons terecht de vraag waar die God dan is

andere artikelen

Op de hoogte blijven van inspirerende artikelen over de bijbelse cultuur, natuur, archeologie en symboliek?

Reageren

Laat een reactie achter

Interessant artikel?
Blijf op de hoogte, meld je aan voor de gratis nieuwsbrief. We beloven je niet te spammen!
AANMELDEN
Sluit
>
Scroll naar top